Onderwerp: MUZIEK, WERELDMUZIEK

Woensdag 31 Mei 2006 at 09:50 am

Taraf de Haïdouks sluiten Gipsy Festival in Tilburg spetterend af

Door Ton Maas met foto's van Hans Speekenbrink (klik voor vergroting)

10th International Gipsy Festival. 28 mei, Interpolistuin, Tilburg.

Grillig als ze zijn, houden de weergoden stiekum misschien toch van ronde getallen, want voor het eerst sinds jaren waren ze het International Gipsy Festival in Tilburg weer eens welgevallig – uitgerekend ter gelegenheid van de jubileumeditie. Was het fors toegenomen bezoekersaantal vooral te danken aan publiekstrekker Taraf de Haïdouks? Waarschijnlijk niet, want om drie uur ’s middags was het al flink druk bij de podia, terwijl de Tarafs pas rond half negen aantraden als klapper én finale.

 Het Gipsy Festival heeft de afgelopen tien jaar overtuigend aangetoond dat de zigeunermuziek oneindig veelzijdiger en rijker is dan de geijkte strijkjes van weleer, en bovendien dat ze verbonden is met een levende traditie. Binnen de Nederlandse Sinti- en Romagemeenschappen geldt het festival steeds meer als een must. 

Hun aanwezigheid onder het publiek heeft een meer dan symbolische betekenis, want zoals spreekstalmeesteres Lalla Weiss opmerkte toen een optreden weer eens flink was uitgelopen: ‘Met zigeuners valt nou eenmaal niks te regelen. Maar wat we wèl kunnen, is feestvieren!’ Waarvan akte.

 Een enkele keer konden vraagtekens worden geplaatst bij het zigeunergehalte van de muziek. Zo maakte Tsjechische band Gulo Car het wel heel bont door een stuk van Miles Davis noot voor noot na te spelen. Hitsige funk en bovendien perfect uitgevoerd, maar wel rechtstreeks gekopieerd van Nile Rodgers.

 Echt vernieuwend is de groep KAL uit Belgrado. Ook daar duidelijke invloeden uit pop en jazz, maar veel interessanter omdat ze worden vervlochten met de eigen muzikale roots. De loom wiegende swing waarmee het eerste nummer werd ingezet, beloofde veel goeds. En dat kwam ook, in de gedaante van inventieve combi’s als slide-gitaar met accordeon. Maar het niveau van hun perfect geproduceerde debuutalbum werd niet helemaal gehaald.

De echte hoogtepunten van het festival kwamen toch weer voor rekening van oudgedienden. De Piotto’s, Belgische tegenhangers van het orkest van Tata Mirando, werden zestig jaar geleden opgericht door Piotto Limberger. Twee generaties verder is er van stoffigheid nog altijd niks te bekennen. Muziek die zo doorleefd en zuiver op de graat is dat je mag hopen dat ze nooit zal veranderen.

 De mannen van Taraf de Haïdouks hebben dat heel handig aangepakt. Ogenschijnlijk is er in de vijftien jaar sinds hun doorbraak niets veranderd aan hun jachtige stijl, maar wie goed luistert, hoort voortdurend allerlei kleine spitsvondigheden, vaak in de vorm knipoogjes naar de muzikale waan van de dag. Quasi rommelig en terloops, maar intussen messcherp. Dàt ze het flikken, beseft iedereen die ze ooit gezien heeft. Maar hóe, dat weet nog steeds niemand.

Onderwerp: MUZIEK, POP-ROCK

Dinsdag 30 Mei 2006 at 09:44 am

Keane overtreft zichzelf in overvol Paradiso


Door Carol Greenshields met foto's van Berbera van den Hoek (klik voor vergroting)

Tegen 19:30 beklimmen we de trappen van Paradiso Amsterdam. Voordat we toegelaten worden moeten we eerst het gebruikelijke ledenkaartje kopen en eenmaal binnen ontdekken we dat het begin is uitgesteld tot 21:15 (later blijkt dit wegens een begrafenis waardoor een bandlid even op en neer naar de UK moest). Afijn even genieten van de sfeer van een vollopend Paradiso. Tegen 20:45 uur is het tijd om het route te nemen die we vanaf de tweede verdieping hebben uitgestippeld om enigszins dichtbij de podium te komen.

Met stroboscopische verlichting en een denderende grom van het iets te hard ingestelde volume van het keyboard bespeeld door Tim Rice-Oxley en met Richard Huges op de drums komt Tom Chaplin het podium op. Het publiek reageert meteen enthousiast. Onder stralen van rood en blauw licht begint de band met het nummer The Iron Sea. Dit is waar we voor kwamen; Keane op zijn best. Tom Chaplin schrijdt regelmatig over het podium naar het keyboard waar Tim Rice-Oxley geestdriftig met elke toets zijn hele lichaam inzet. Het resultaat: glinsterende zweetdruppels vliegen het podium over om te verdampen in de hitte van de felgekleurde lampen. Song nummer 4, het overbekende “Everybody’s changing”, en het publiek verlangt alleen maar naar meer. Duizend stemmen zingen met elk woord mee.



In de stiltes tussen de liedjes wordt nauwelijks wat gesproken, toch op een gegeven moment wordt er aan ons meegedeeld, dat ze houden van Amsterdam en zich als echte Engelse toeristen hebben gedragen en alle plekken hebben bezocht waar ze eigenlijk niet hadden mogen gaan. De stem van Tom Chaplin heeft niet geleden onder deze uitspattingen, hij is net zo zuiver als op de CD. Met alle bekende nummers van de vorige CD “Hopes and Fears” zingt iedereen uit volle borst mee. Dit zijn de songs als “Bend and Break”, “This is the last Time”, “Somewhere only We Know”. De nieuwe CD “Under the Iron Sea” is wat minder bekend, en de echte fan is te herkennen, die kan ook hiervan alle nummers woordelijk meezingen. Het publiek bestaat uit mensen van alle leeftijden, waaronder behoorlijk wat Engelsen; Keane spreekt duidelijk jong en oud aan.

Na het nieuwe nummer “Is it any Wonder” verlaten ze het podium, en wordt alles zwart en stil. Rozen worden het podium opgegooid en het publiek begint te schreeuwen, gillen en fluiten om meer, nadat alles drooggeveegd is komt de band terug, en krijgt het uitgelaten publiek nog een aantal nummers waaronder “Bedshaped” wat uiteraard weer door iedereen uit volle borst wordt meegebruld. Ze nemen met z’n drieen een “bow” en verlaten het podium. Het is over. Het was geweldig.

Onderwerp: FESTIVAL, MUZIEK, TONEEL

Vrijdag 26 Mei 2006 at 1:07 pm

The Vicky Vinex Roadshow

foto's van Hans Speekenbrink (klik voor groter)

Festival aan de Werf in Utrecht, het eerste theaterfestival van het seizoen dat zich concentreert rond de Neude en het Huis aan de Werf.


Growing up in Public noemt Vicky zelf de Paris Hilton van Leidsche Rijn. 
De Vicky Vinex Roadshow is nog te zien op De Parade in Den Haag, Utrecht en Amsterdam, op Festival Over het IJ, op het Festival Karavaan en tot slot op de jaarlijkse Uitmarkt te Amsterdam. Kijk op de sites voor exacte speeldata.

Onderwerp: MUZIEK, WERELDMUZIEK

Donderdag 25 Mei 2006 at 10:31 am

Karnatic Lab Festival ‘Voices’


Tekst en foto's van Ton Maas, 20 mei, Bimhuis, Amsterdam

De tweede avond van het Karnatic Lab Festival 2006 begon zaterdag in het Amsterdamse Bimhuis met klanken die meer aan de Balkan en het Midden-Oosten refereerden dan aan de klassieke muziek van Zuid-India. Messing met PVC, het duo van trompettist Gijs Levelt en contrabasfluitist Ned McGowan, was voor de gelegenheid uitgebreid met de Italiaanse percussionist Pino Basile en de Griekse zangeres en luitiste Martha Mavroidi. Het kwartet ging van start met twee stukken van Levelt, die een sterk Arabische inslag vertoonden. Vooral de »d-achtige klank van Mavroidi’s lafta (Byzantijnse luit) en de zwierige tempi uit Basile’s raamtrommel waren daarvoor verantwoordelijk. McGowan wist met zijn imposante, uit pvc-pijp opgetrokken instrument diepten te bereiken waarin alleen kerkorgels hem ooit voorgingen. Een stuk van zijn hand mondde verrassend uit in een Bulgaars lied door Mavroidi, compleet met het tergend trage vibrato uit Rodope en de voor het Piringebergte typerende jodels. Basile zorgde voor visueel spektakel met zijn foekepot, een trommel waarbij de speler zijn hand op en neer beweegt langs een stok die door het vel is gestoken. In een zelfgeschreven lied demonstreerde de jonge Griekse later nogmaals haar fabelachtige beheersing van het Bulgaarse idioom, door haar stem zonder enige aarzeling op slechts een secunde afstand tegen de toon van de trompet te vleien.

Het optreden van Boi Akih vormde een overtuigend bewijs voor het belang van Karnatic Lab. Nadat vocaliste Monica Akihary tijdens het festival van 2000 met open mond had zitten luisteren naar de Indiase zangeres Jahnavi Jayaprakash, kreeg zij de kans om bij haar in India te komen studeren. De aldaar opgedane vaardigheden vervlocht zij zaterdagavond veelvuldig in haar persoonlijke bewerkingen van Molukse melodieën. Bovendien bewees Boi Akih dat ze als duo zo op elkaar zijn ingespeeld dat elke toevoeging overbodig is. Akihary en gitarist Niels Brouwer bedreven op toneel de liefde, maar doordat ze daarbij elke buitenmuzikale toenadering vermeden, riep de intimiteit van hun samenspel bij het ademloos toeziende publiek geen enkele gêne op.

Filosoof, kunstschilder, componist en zanger Najib Cherradi had er vervolgens een harde dobber aan. Begeleid door de groep Weshm mocht hij de avond besluiten. Er werd fraai gemusiceerd en Cherradi is een bekwaam vertolker van de spirituele zangkunst uit de Arabische wereld, met een imposant en sonoor stemgeluid. Maar zodra het op improviseren aankwam, deed de onvermijdelijke vergelijking met Akihary hem toch de das om.

Onderwerp: MUZIEK, WERELDMUZIEK

Woensdag 24 Mei 2006 at 09:18 am

Dubbelconcert: Erzincan & Kalhor en “zdemir & Moradi


Tekst en foto's van Ton Maas (13 mei, Orpheus, Apeldoorn)
vlnr Kalhor, Kalhor & Erzincan en Moradi


Of de Turkse en de Iraanse muziek elkaar ontmoeten in Mesopotamië, zoals het programmablad belooft, is nog maar de vraag. De Iraans/Koerdische zanger Ali Akbar Moradi en zijn Turkse collega Ulas “zdemir deden voor de pauze niet veel meer dan elk een lied uit de eigen traditie vertolken, waarbij de ander op z ­jn langhalsluit een deel van de begeleiding verzorgde. Toch viel er wel degelijk wat te genieten, want Moradi is behalve een begenadigd zanger ook een kei op de tanbur, de ‘moeder’ van alle langhalsluiten in de regio, waaronder ook de Turkse baglama. Vooral zijn opwaartse vingerrol “ tegengesteld dus aan die uit de flamenco “ is opmerkelijk, omdat met relatief trage handbewegingen razendsnelle passages kunnen worden gespeeld. De jonge Turkse zanger en baglamaspeler Ulas “zdemir bleek echter niet in staat dezelfde intensiteit te leveren en stak daardoor wat flets af tegen zijn Iraanse collega. Bovendien bewegen beiden zich in een volks idioom, veel minder spectaculair dan de hogeschool van de Turkse en de Iraanse soefimuziek met haar ragfijne melismen. Nee, dan na de pauze, als kemanche-virtuoos Kayhan Kalhor (eveneens van Koerdisch-Iraanse komaf) in dialoog treedt met Erdal Erzincan, die net als Arif Sag tot de grootste Turkse baglamaspelers wordt gerekend. Vrij improviserend op Koerdische thema’s loodsen de twee hun publiek behoedzaam binnen in een muzikaal universum dat de traditionele begrenzingen van het Turkse, het Koerdische en het Iraanse idioom ver achter zich laat.
Door de baglama niet langer met een plectrum te bewerken maar met de blote vingertoppen, bereikt Erzincan niveaus van subtiliteit en contrast in dynamiek die tot voor kort ongehoord waren in de Turkse langhalsluitmuziek. Kalhor is al net zo’n vernieuwer voor de kemanche (vedel). Zo is hij in staat het schelle timbre van het als weerbarstig bekend staande instrument zodanig te temmen dat er soms slechts een fluisterzacht gemurmel uit opstijgt.

Erzincan en Kalhor zitten elkaar in hun spel dermate dicht op de huid dat het vaak lijkt alsof ze een volledig doorgecomponeerd werk uitvoeren. Of hun improvisatie nu smeult in de zwangere stilte na een wegstervende noot of oplaait in een jachtige snarenwisseling, telkens weer weten ze te verrassen met hun speelse inventiviteit. Kalhors reputatie als muzikaal grensganger was al ruimschoots gevestigd, maar juist déze ontmoeting is zijn ‘finest hour’ tot dusver. Nooit eerder kon er aan het einde een lachje af, dus ook de meester zelf moet tevreden zijn geweest.