Categorie: CD-DVD, JAZZ

Vrijdag 08 April 2011 at 8:51 pm

STIJBEPALENDE ALBUMS: BITCHES BREW

2011-04/miles_davis__bitches_brew_.jpg

DIRECTIONS IN MUSIC BY MILES DAVIS

Door Rene de Hilster

Aan het begin van de jaren zestig bevindt Miles Davis zich in een comfortabele positie. Kind of Blue heeft de wereld veroverd en Miles heeft meer dan genoeg werk. Achter de horizon ontstaan echter wat donkere wolken. Na een toer door Europa verlaat John Coltrane het quintet. Miles probeert het met een aantal andere blazers. Maar echt slagen doet hij niet. Zo is Sonny Stitt niet in staat om modale stukken als So What en All Blues te spelen, mag Jimmy Heath zijn woonplaats niet verlaten en biedt Hank Mobley, de man die uiteindelijk de job gedurende een klein jaar invult, niet genoeg contrast. Ook probeert Miles het nog even met de onbekend gebleven Rocky Boyd en zelfs Sonny Rollins en Jay Jay Johnson schuiven nog even aan. Het tenoren probleem lost zichzelf op als de ritmesectie (Wynton Kelly, Paul Chambers en Jimmy Cobb) besluit onder eigen naam verder te gaan. Miles zit dan zonder band. In Memphis vindt Miles een aantal muzikanten van formaat (George Coleman, Frank Strozier en Harold Mabern) maar die passen niet in het concept wat hij voor ogen heeft. Uiteindelijk blijft van die ploeg alleen tenorsaxofonist George Coleman over. In Los Angeles duikt hij de studio in met pianist Victor Feldman, drummer Frank Butler die wordt gezien als de Philly Joe Jones van de westkust en de inmiddels vaste waarden Ron Carter en George Coleman. Deze opnamen zullen later op het album ‘Seven steps to heaven' terecht komen. Miles wil Feldman wel hebben, maar die ziet al dat touren niet zo zitten. Frank Butler heeft zijn "personel problems" en is daardoor niet altijd betrouwbaar. Bovendien heeft Miles een jong drumwonder op het oog genaamd Tony Williams.

Spectaculaire sideman

Thuis in New York nodigt Miles Herbie Hancock uit om samen met Ron Carter en Tony Williams een stukje te komen spelen. Het resultaat is dermate goed dat Miles besluit met deze bezetting verder te werken. Er wordt een aantal sterke opnamen gemaakt. Vooral de liveregistraties laten een super sterke band horen. Helaas botert het niet tussen de avontuurlijke Tony Williams en de altijd zeer ambachtelijk spelende George Coleman. Dit leidt tot het vertrek van die laatste. Sam Rivers neemt op voorspraak van Tony Williams de honneurs waar, maar Miles heeft het niet zo op Rivers. Het is uiteindelijk Wayne Shorter die de fakkel overneemt en daarmee het tweede grote Miles Davis quintet gestalte doet geven.

Het avontuurlijke opererende quintet is een sensatie. Tijdens concerten spelen ze verfrissende versies van het aloude Miles Davis repertoire. Dat bestaat uit een mengeling van standards en stukken afkomstig van de albums Kind Of Blue en Milestones. In de studio gaat het echter de andere kant op en komt het leeuwendeel van het repertoire uit het boek van Wayne Shorter. Dat Miles zijn werk niet live wil spelen, wekt vooral bij de jonge ritmesectie wrevel op en in Chigago gaan zij over tot een coup. In de club The Plugged Nickel besluiten de drie tot het spelen van "anti-jazz". Elke standard wordt zowel ritmisch als harmonisch uit elkaar getrokken en volgens eigen regels in elkaar gezet. Een speelwijze die band vanaf dat moment zal kenmerken. Het resultaat van deze muzikale anarchie is gelukkig op de band terecht gekomen en kan worden beluisterd via de box The Complete Live At The Plugged Nickel, een aanrader!

Hoe goed het quintet ook speelt, het aantal optredens loopt achteruit. Als Miles enige tijd wegens gezondheidsredenen niet kan spelen, gaat het al niet beter. Ook de opkomst van pop- en rockmuzikanten als The Beatles, James Brown etc. zorgen ervoor dat Miles en zijn muziek niet meer "hot" zijn. Tijd voor verandering.

De invloed van een vrouw

Mles Davis heeft gedurende zijn leven vele vrouwen gehad en in 1966 diende er zich een exemplaar aan dat veel invloed op hem zou hebben. Betty Mabry was een jonge rockzangeres die haar vrienden en kennissen vooral binnen de rockscene had. Zodoende kwam Miles in contact met muzikanten als Jimi Hendrix, Sly Stone en de eerder genoemde James Brown. Miles heeft altijd een open oor voor nieuwe ontwikkelingen gehad en hij begreep meteen dat het overnemen van enkele aspecten uit de rockmuziek weleens voordelig voor hem zou kunnen zijn. Zo vond hij James Brown ritmisch zeer aansprekend en nam diens funky groove over. Het rauwe van Jimi Hendrix had ook zijn aantrekkingskracht. Al hebben de heren officieel nooit samengespeeld, Hendrix klonk wel door in Miles.

Ritmisch ging het roer om. Op E.S.P, het eerste studioalbum van het quintet, zijn al enkele rockexperimenten te horen. In het nummer Eighty-One speelt Tony Williams onder het thema en in een aantal solochorussen een straight eight ritme. Vanaf 1967 komt dit vaker voor, maar de invloeden van de rock zijn pas echt goed te merken op Bitches Brew, een album wat zonder meer als een mijlpaal in jazzgeschiedenis kan worden gezien.

Een nieuwe weg

Voordat Bitches Brew tot stand kwam, moest er nog heel wat water onder de brug door. Daar Miles enige tijd niet kon optreden, moesten zijn sideman zich op een andere manier zien te bedruipen en waren ze niet altijd beschikbaar. Het was dan ook niet meer dit beroemde quintet wat aantrad voor de In A Silent Way sessions die in 1968 begonnen en de prelude zouden zijn voor Bitches Brew. Chick Corea had de plaats van Herbie Hancock overgenomen, Dave Holland was de vervanger van Ron Carter. Tony Williams was er nog bij maar zou binnen afziebare tijd met zijn eigen groep Lifetime op pad gaan en de sticks doorgeven aan Jack deJohnette. Voor de meeste tracks werden extra muzikanten ingehuurd. Op een aantal stukken zijn een drietal keyboard spelers (buiten Chick Corea speelden ook Joe Zawinul en Herbie Hancock mee) aanwezig en ook extra bassisten of percussionisten vormden tijdens deze sessies geen uitzondering. Net zoals bij de roemruchte Kind Of Blue opnamen kwam Miles Davis alleen met wat schetsen de studio in en had toetsenman Zawinul enig huiswerk verricht. De gespeelde stukken werden ontdaan van alle franje en de akkoordenschema's werden teruggebracht tot de essentie. Hierdoor ontstond een zeer specifieke sound.

In A Silent Way doet zijn naam eer aan, want de meeste stukken kennen een zeer gedragen sfeer. En al was In A Silent Way een meesterwerk op zich, toch was het nog niet geheel naar de zin van Miles. In A Silent Way was naar zijn mening nog te mooi en sloot niet aan bij de eisen van die tijd.

Het heksenbrouwsel

Daar kwam met Bitches Brew verandering in. Dit album kan gezien worden als een echte omslag. Als eerste zit dat in de manier van spelen. Met snoeiharde recht voor zijn raap funk en rockritmes week het af van het toentertijd gangbare in de jazz. In de studio stond een uitgebreide bezetting met veel drums (Jack DeJohnette, Lenny White en Billy Cobham), percussie (Airto Moreira) en toetsen (Joe Zawinul, Chick Corea, Herbie Hancock en Larry Young) en veelal twee bassisten (David Holland en Harvey Brroks) die tezamen een muur van geluid produceerden. Maar het meest opvallende aspect is de muzikale aanpak. Geen karrenvrachten bladmuziek maar enkele simpele instructies die ter plekke door Miles werden gegeven en ook hier heeft Joe Zawinul zijn inbreng. Tijdens de diverse sessies speelden de muzikanten lange jams die door Miles werden "gedirigeerd". Het leeuwendeel van het werk vond echter later plaats achter de producers tafel. Samen met producer Teo Macero heeft Miles al de opgenomen muziek in stukken gesneden en op de montagetafel juist gerangschikt. Daarbij werd driftig gebruik gemaakt van loops. Zo ontstonden de composities.

Toen het album uitkwam in 1970 veroorzaakte het een behoorlijk schok. Via de optredens die Miles gaf, had men al een voorproefje kunnen krijgen. Miles had het spelen van standards eindelijk opgegeven en bracht nu vooral stukken van zijn laatste LP's ten gehore. Tijdens die concerten speelde zijn quintet lange vrije exercities met explosieve solo's en heavy ritmes. Bitches Brew zelf klonk nog weer anders. Met een allesoverheersende groove en vooral het labyrint aan geluiden had de LP een vervreemdend effect. Het versterkt opgenomen geluid van de trompet van Miles Davis en de sopraansax van Wayne Shorter dragen daar zeker aan bij. Ook basklarinettist Bennie Maupin heeft een cruciale rol in de opnames gespeeld. Het lage gebrom in de ensembles en zijn far-out solowerk zijn sterk sfeerbepalend voor het totaalbeeld. Het simultane gebruik van Fender Rhodes, Wurlitzer piano en Hammond orgel gaf het album een speciale sound. Miles Davis ziet de baslijn als basis van alles. Door een baslijn unisono te vertolken door bas en toetsen samen gaat deze extra vet klinken. Miles paste dit procédé al enkele jaren toe en zeker op Bitches Brew draagt dit bij aan de ongelofelijke groove van het album. In enkele stukken is er ook een sitar te horen. Deze voegt met het spelen van een drone (een constant aangehouden toon) een hypnotiserend effect aan de muziek toe. De muziek op Bitches Brew was ongekend en zou de jazz een nieuwe impuls geven.

New sounds new looks

Niet alleen qua muziek was Miles aan het veranderen, ook qua kleding ging hij er anders uitzien. De zwarte pakken op het podium moesten plaatsmaken voor vrolijk gekleurde overhemden, spijkerpakken en andere kleding die vooral door hippies en rockmuzikanten werden gedragen. Betty Mabry die inmiddels mevrouw Davis was geworden zal daar zeker aan bijgedragen hebben. Al heeft ze niet lang van die rol mogen genieten want in 1969 ging het koppel al weer uit elkaar omdat Miles van mening was dat zijn mooie Betty regelmatig het bed deelde met Jimi Hendrix.

Miles had het roer omgegooid en bleef op deze weg zoeken naar nieuwe klankmogelijkheden. Niet veel later ontdekte hij de effect pedalen en paste deze regelmatig toe. Zijn performances werden steeds luider met steeds meer effecten op de diverse instrumenten. Voor een aantal Miles Davis fans was deze nieuwe richting een gruwel. Zij haakten en masse af. Zij moesten het voortaan doen met de platen. Voor de aanhangers van deze nieuwe Miles Davis kwamen er spannende tijden, want Miles bleef zich vernieuwen. Op zijn volgende albums als The Cellar Door Sessions en Jack Johnson is dat goed te horen. Alle jazzregels zijn aan de kant geschoven en eigenlijk maakt Miles een combinatie van Rock, Funk en Freejazz waarmee hij tot aan zijn retraite half jaren zeventig mee door bleef gaan. De tijden van "DIrections In Music By Miles Davis" waren aangebroken.

Deze tekst is eerder verschenen in het maandblad Jazz.




Reageer hieronder

Geen reacties





(optioneel veld)
(optioneel veld)
Deze stomme vraag dient ervoor om spam te voorkomen

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.