Categorie: MUZIEK, WERELDMUZIEK

Maandag 07 Mei 2018 at 3:41 pm

Muzikale reis naar Kaapverdië

Dans en muziek In Santa Maria Batuque in Santa Maria Batuque muziek en dans

Tekst en foto's: Rik van Boeckel (klik voor vergroting)

De Kaapverdische archipel voor de kust van Senegal bestaat uit 10 grote eilanden en nog vele kleine eilanden. Negen zijn er bewoond. Toen de Portugezen ze in 1460 ontdekten waren ze nog onbewoond. Voor hen was het de ideale plek om uit Afrika gehaalde slaven vast te houden totdat ze verhandeld konden worden. Een klein deel bleef en vermengde zich met de Portugese kolonisten. De huidige bevolking bestaat uit verschillende groepen.  Sommigen zijn meer Portugees, anderen meer Afrikaans. Dat is per eiland verschillend. De Kaapverdische muziek is wereldberoemd gemaakt door wijlen Cesária Évora, de diva op blote voeten. De Kaapverdische diaspora in Boston, Parijs, Lissabon en Rotterdam heeft daar zeker ook aan bijgedragen. Vooral Rotterdam met zijn grote Kaapverdische gemeenschap heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. En dat is nog steeds het geval.

Kaapverdische muziek, zowel die op Kaapverdië zelf, als in Portugal en in Rotterdam, is altijd beïnvloed geweest door andere muziekstijlen en dat is een traditie die nog steeds voortduurt. De muziek draagt zowel Afrikaanse als Portugese invloeden in zich. Dat uit zich het meest in de zang in het Kaapverdisch/Creools, een taal met invloeden uit het Portugees en uit Afrikaanse talen.

Sal

Als muziekjournalist heb ik veel Kaapverdische artiesten geïnterviewd, onder wie Cesária Évora. In 2016 publiceerde ik een reportage over de Kaapverdische muziekscene in Rotterdam in Jazzism. Ik ken de belangrijkste genres : de morna, wereldwijd bekend gemaakt door Cesária Évora, is beïnvloed door de Portugese fado en deelt daar het gevoel van sodade/saudade (weemoed) mee. Cesária zong ook geregeld de vrolijk klinkende coladeira, een versnelde versie van de morna. De relatie van Kaapverdië met het Afrikaanse continent is het duidelijkst te horen in ritmes als de funana en de batuque. Die laatste stijl wordt door vrouwen gespeeld op een tussen de knieën gedrukte bundel textiel, het ritme is zeer Afrikaans.

In een achter het strand gelegen straat van de toeristische badplaats Santa Maria op het eiland Sal ben ik getuige van een uitvoering van de batuque. De vrouwen zitten midden op straat en slaan hard op de matjes tussen hun knieën, een van hen bespeelt de djembé. Er wordt door 2 vrouwen gedanst. De meeste Westerse toeristen kijken even geïnteresseerd en lopen dan verder. Overdag verblijven zij op het 8 kilometer lange zandstrand of aan het zwembad in een van de vele resorts. Ik verblijf in een hotel midden in de stad.

Sal en Senegal

Als ik na het ontbijt mijn tas pak voor een tour over het eiland, hoor ik in de straat achter het hotel muziek uit Senegal en Mali. Voordat het tourbusje arriveert, wandel ik langs de Afrikanen die buiten naar deze muziek luisteren. Ze komen uit Senegal en wonen hier al jaren.

Buracona. Sal Straatbeeld Santa Maria Rik van Boeckel reizend met Binter

In het tourbusje luister ik naar andere muziek: funana, een stijl die voor de onafhankelijkheid van Kaapverdië in 1975 door de Portugezen verboden was wegens de opruiende teksten. Ondertussen schiet het vlakke zanderige soms met stenen bedekte landschap voorbij. Vlakbij de grotten van Buracona doemt een eenzame puntige berg op. Daarna rijden we naar Salinas waar een zoutmeer ligt. Het is als de Dode Zee, je blijft er op drijven en wie op zijn of haar buik probeert te zwemmen, voelt de benen door het zout omhoogschieten.

Senegaleze djembéspelers in Santa Maria Senegaleze djembéspelers in Santa Maria Senegaleze djembéspelers in Santa Maria

Als ik later op de middag terugkeer naar mijn hotel, hoor ik vanuit de verte al het ritmische geluid van de djembé’s. De Senegalezen zijn aan het spelen geslagen. Er wordt gedanst door in kleurrijke kledij gestoken vrouwen. Ik word uitgenodigd in de kring rond de muzikanten plaats te nemen en mag zelfs even meespelen als ik vertel ook djembé te spelen. Mijn djembé roots liggen in Senegal en zo vind ik makkelijk aansluiting!

Mindelo

Arlinda Lima Arlinda Lima tijdens repetitie Standbeeld Cesária Évora 

Het is een zeer verrijkende ervaring die op het eiland São Vicente nog een ander muzikaal gevolg zal krijgen. Daar vlieg ik heen met Binter, een nationale luchtvaartmaatschappij die ook naar en tussen de Canarische Eilanden vliegt. Ik kom aan op Aeroporto Cesária Évora. Haar standbeeld staat vlak voor de aankomsthal. Vandaar ga ik met de taxi naar Mindelo, de hoofdstad van het eiland. Ik betaal 2000 escudo’s, omgerekend rond de 20 euro.
In Mindelo zal ik alleen morna en coladeira horen en ook spelen. Ik heb er afgesproken met de in Spijkenisse wonende Kaapverdische zangeres Arlinda Lima die is opgegroeid in Mindelo. Zij en haar Nederlandse man nemen me mee naar restaurants waar altijd tijdens het eten live muziek is. En naar Bar Argentina waar elke avond wordt gespeeld. Als Arlinda morna’s en coladeira’s van Cesária zingt, speel ik mee op een djembé. De barman die tevens zanger en percussionist is legt me uit hoe ik een morna op de djembé moet spelen. Een gitarist/banjospeler/violist en een bespeler van de cavaquinho (een snaarinstrument uit Kaapverdië en Brazilië ) zorgen voor prachtige melodielijnen. Al spelend heb ik soms het gevoel alsof ik een film zit. Dit is zo uniek om mee te maken. Bij Cesária’s ‘Sangue di Beirona’ veren sommige bezoekers op en beginnen te dansen. Onder hen ook in Mindelo wonende familieleden van Arlinda. Een volgende dag bezoeken we Radio Nova, een lokaal radiostation waar Arlinda wordt geïnterviewd. Ik ben zeer verrast als ik eveneens geïnterviewd word, over mijn passie voor Kaapverdische muziek. Tussen de vragen door worden nummers van Arlinda’s album ‘Inspiracão di nha coração’ gedraaid. Na het interview wandelen we langs het huis waar Cesária Évora tijdens haar leven gewoond heeft en langs een winkel met de naam Super China. In Mindelo zijn namelijk veel winkels in handen van Chinezen.

Bar Argentina Bar Argentina Bij Radio Nova

In een buitenwijk van Mindelo bezoeken we Ricardo, een broer van Arlinda. Hij woont afwisselend in Mindelo en Rotterdam waar hij een eigen Kaapverdische band heeft. De huizen hebben fraaie kleuren en staan tussen onafgebouwde woningen in. Soms is de  etage op de begane grond kleurrijk en bewoond maar wordt de eerste etage niet gesierd door enige kleur en in de raamopeningen zitten nog geen ramen. Niet alleen Kaapverdianen (uit bijvoorbeeld Rotterdam) laten er huizen bouwen maar ook Nederlanders.

Mindelo Mindelo Bar Argentina   

Gesprekken over Kaapverdische muziek

In het vlakbij de haven gelegen Casa Café Mindelo ontmoet ik Tambla Almeida, filmer en muziekkenner. Hij is afkomstig van het eiland Santiago en heeft films gemaakt over Kaapverdië. Hij luistert veel naar de oude Kaapverdische muziek, onder andere naar Cesária Évora. “Zij heeft de standaard bepaald voor hen die na haar kwamen. Op dit moment wacht Kaapverdische muziek op een nieuwe messias. Onze muziek heeft veel kwaliteit maar wacht op iets nieuws.”
Na Tambla Almeida spreek ik met Tey Santos. Hij was drummer/percussionist van Cesária Évora. Hij trad met haar over de hele wereld op, onder andere in Amsterdam. We praten over Kaapverdische muziek. Hij slaat ‘n aantal Kaapverdische ritmes op de tafel en vraagt mij mee te spelen. Als Arlinda Lima binnenkomt en begint te zingen, spelen we een coladeira groove. “Coladeira is beïnvloed door Zuid-Amerikaanse genres als samba, cumbia en de Cubaanse rumba,” vertelt hij. “En is ontstaan in Mindelo, de teksten gaan over sociale situaties.”
Tey Santos woont in Praia, de hoofdstad van Kaapverdië op het eiland Santiago. Hij heeft met veel musici gewerkt, niet alleen met Cesária Évora. “Ik maak deel uit van de groep Bulimundo die vooral funana en batuque speelt,” legt hij uit. “Funana komt van Santiago, het ritme komt waarschijnlijk van de militaire drums van de Portugezen; het ritme van de batuque komt van de Casamance, het zuiden van Senegal dat grenst aan Guinee-Bissau dat net als Kaapverdië een Portugese kolonie was. De morna is verwant aan de fado maar is ouder. Maar ik voel in het ritme de invloed van de tango.”

Tey Santos en Rik van Boeckel Gitarist Bau Markt Mindelo

Onderzoek

Zelf integreerde Tey Santos ritmes zoals de semba uit Angola in zijn manier van drummen. Waar alle invloeden in de Kaapverdische muziek vandaan komen zou dieper onderzocht moeten worden, meent hij. “ Er is nog een hoop te doen. Nu heb je ethnomusicologen die onderzoek kunnen doen. Er wordt beweerd dat de slaven hier kwamen zonder instrumenten maar zeker weten we dat niet.” Toen hij met Cesária Évora werkte, sprak hij veel met haar over muziek. “Zij hield niet alleen van muziek uit Kaapverdië maar ook van die uit Brazilië en Cuba. Zij was een eenvoudige maar intelligente vrouw en trad op blote voeten op. Het was haar missie mensen nederigheid te leren. Voor Kaapverdianen was zij belangrijker dan de president.” ’s Avonds woon ik in een plaatselijke muziekschool een repetitie bij voor een groot optreden op het plein voor hotel Porto Grande. Verschillende zangers en zangeressen onder wie Arlinda repeteren met lokale musici voor het optreden. Mindelo is de muziekhoofdstad van Kaapverdië, het niveau van de muzikanten is zeer hoog zoals mij al opviel in Bar Argentina.  Arlinda zal optreden voor 25.000 mensen en neemt in Mindelo een videoclip op van haar lied Boas Festas.  Na de repetitie brengen we een bezoek aan bar Livraria waar we genieten van de sprankelende gitaarklanken van de Kaapverdische gitarist Bau.

Genieten van de natuur op Santo Antão

Estrada da Corda. Santo Antão Uitzicht vanaf Delgadinho Dykes van Santo Antão

Een dag later ga ik met Arlinda’s man John, haar broer Ricardo en een Nederlandse vriend van John en Arlinda met de boot naar Santo Antão, een uur varen van Mindelo. In de verte zijn vanaf de haven van Mindelo de bergachtige contouren van het eiland al te zien. Als we op de boot zijn, worden er kotszakjes uitgereikt. Het kan onderweg hevig te keer gaan. Ik vind het wel meevallen. Bij aankomst in Porto Novo huren we een aluguer, een minibusje, met chauffeur die ons door het ruige onherbergzame binnenland leidt. Veel Kaapverdische eilanden zijn van oorsprong vulkanisch en dat geldt zeker voor Santo Antão. Na de muziek is het genieten van de natuur. We rijden over smalle wegen met kasseien. Langs een watervulkaan en diepe afgronden. We rijden over de Estrada Da Corda, stoppen bij het uitkijkpunt Delgadinho boven een diepe geribbelde groene afgrond. Op een van de borden langs de weg wordt het ontstaan van de geribbelde groene terrassen uitgelegd die vanuit de diepte omhoog rijzen. De terrassen worden ‘dykes’ genoemd. Ze zijn ontstaan als gevolg van magma activiteit onder de vulkaan. Door latere begroeiing zijn ze groen geworden. 

Santo Antão Santo Antão Watervulkaan Santo Antão

Santiago. Het meest Afrikaanse eiland

Na dit magnifieke uitzicht rijden we via Ribeira Grande naar Ponta do Sol, het noordelijkste punt van het eiland en een stadje met veel gekleurde huizen. In de aluguer horen we de funana. Ook op het eiland Santiago is deze muziek overal te horen. Santiago is het meest Afrikaanse eiland van Kaapverdië. Daar kom ik aan op Aeroporto Nelson Mandela, reis met de taxi naar Quinta Da Montanha, een in de bergen gelegen hotel bij ‘t dorpje Rui Vaz. Vanuit ‘t hotel heb ik een schitterend uitzicht op de Pico de Antónia, van oorsprong een vulkaan, en de vreemd gevormde rotsen, Órgãos genaamd. Een groep Spanjaarden is er om te hiken, met een gids te wandelen door de bergen die kaler zijn dan die op Santo Antão waar ook menig toerist heengaat om wandeltochten te maken. Vanaf Quinta da Montanha heb ik een prachtig uitzicht op de Órgãos, de groene valleien en de rotsachtige bergpunten van de Pico de Antónia dat ook vaak door vogelaars wordt bezocht vanwege de alleen daar voorkomende vogelsoorten. 

Rui Vaz. Santiago Órgãos Tarrafal. Santiago

Met de aluguer reis ik via São Domingos, São Jorge dos Orgãos en Assomada naar de idyllische badplaats Tarrafal in het noorden van het eiland. De aluguers vertrekken pas als ze vol zijn en rijden soms ‘n uur rond om passagiers te zoeken. Vooral in Assomada duurt dat erg lang. Ondertussen probeert een bewoonster sinasappels aan de passagiers te verkopen. We rijden langs de Serra da Malagueta, met 1064 meter het hoogste gebergte van Santiago . Het gebergte is tussen 15.000 en 10.000 voor Christus in de ijstijd ontstaan. Ik zit ingeklemd tussen twee Kaapverdiaanse vrouwen achterin de aluguer. In de talloze haarspeldbochten worden we tussen elkaar heen en weer geslingerd. Ondertussen kijk ik naar de adembenemende uitzichten en verbaas me over de vreemde vormen die de bergen van de Serra hebben.  

Sinasappelverkoopster Assomada Pico de Antonia Gebergte Santiago

         Na de vermoeiende tocht van Assomada naar Tarrafal is het goed toeven aan het strand van deze badplaats. Daar heeft het toerisme nog niet toegeslagen en kun je rustig op het strand zitten. Soms komen bewoonsters langs om kokosmelk of pinda’s te verkopen. Een enkele surfer oefent zijn vaardigheden op de kalme golven.
Ik bezoek eveneens Cidade Velha, de oudste stad die door de Portugezen op de Kaapverdische eilanden is gesticht. Het is een stad met een pijnlijke geschiedenis, vanwege het slavernij verleden. Nu is het er rustig, op een marktje bij een kiezelstrand koop ik twee sambaballen met alle bewoonde eilanden erop geprikt. Later in het hotel speel en zing ik met de gitaarspelende eigenaar Lindorfo het bekendste lied van Cesária: Sodade. De broers van Lindorfo hebben in Rotterdam een groep die Kaapverdische muziek speelt: Rabasa wat bron betekent.

Lees hier het interview met Cesária Évora uit 2009




Reageer hieronder

Geen reacties





(optioneel veld)
(optioneel veld)
Deze stomme vraag dient ervoor om spam te voorkomen

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.